Natuurlijke Voeding

Wat vroeger als normaal bestempeld werd, namelijk het geven van vers vlees aan honden, wordt heden als iets nieuws gezien. Barf, NRV en KVV zijn begrippen geworden in de hondenwereld.
KVV: is de afkorting van compleet vers vlees. Deze gemalen (complete) vleesvoedingen worden verkocht in dierenspeciaalzaken en zijn dus op voorhand samengesteld.
BARF: is de afkorting voor Bones and Raw Food of Biologically Appropriate Raw Food. Het is een begrip voor het zelf samenstellen van honden, katten en frettenvoeding. Bij het barfen worden er groentesupplementen toegevoegd als aanvulling.
NRV: NRV is de afkorting van Natuurlijke Rauwe Voeding of Natuurlijke Rauw voeren.
Het verschil tussen NRV en BARF is dat er bij NRV geen groenten/fruit/granen en onnatuurlijke supplementen worden gevoerd. Tevens wordt de voeding voor een gezonde hond niet gemalen want er wordt namelijk gestreefd om de voedingsgewoonte (verscheuren) van de wolf (voorouder van de hond) zoveel mogelijk na te bootsen. Het geven van gehele prooidieren wordt aanbevolen. Indien dit niet mogelijk is worden prooidieren nagebootst door prooidierpercentages aan te houden.

Bij zowel Barfen als bij NRV wordt ernaar gestreefd om een zo gevarieerd mogelijk menu aan de hond te geven.

Pluspunten van natuurlijke voeding
De hond wordt gevoed met lichaamseigen stoffen.
Natuurlijke voeding voorkomt gewrichtsproblemen door het perfecte evenwicht tussen fosfor en calcium.
Natuurlijke voeding voorkomt een snelle groei waardoor u uw hond groeipijnen bespaart.
Natuurlijke voeding voorkomt voedingsallergie.
Natuurlijke voeding zorgt voor een beter leervermogen en een betere concentratie van de hond.
Natuurlijke voeding leidt tot een betere conditie en een beter uithoudingsvermogen van de hond.
De hond heeft een betere weerstand tegen bacteriën en parasieten.
Door de variatie en de perfecte balans van de verschillende voedingselementen zullen ouderdomsverschijnselen van de hond minder snel optreden.

Minpunten van natuurlijke voeding
De minpunten, zoals de extra inspanning voor de samenstelling van de voeding en de eventuele duurdere kostprijs, zijn weerlegbaar door het feit dat dit alles zal bijdragen tot een langer en gezonder hondenleven. De hond zal de extra inspanning waarderen en de extra kostprijs weegt niet op tegen de mindere kosten aan dierenartsbezoeken of eventuele operaties op latere leeftijd die rechtstreeks of onrechtstreek met de voeding te maken hebben.
Waarop moet men letten en wat geeft men beter niet
Vlees:
Alle botten moeten RAUW gegeven worden en men gebruikt liefst botten van jonge dieren.
Bij volwassen dieren enkel botten gebruiken van niet dragende-delen omdat deze anders te hard zijn en schade aan de tanden kunnen veroorzaken.
GEEN VARKENSVLEES in verband met ziekte van Aujeszky (dodelijk).
Bij honden die schrokken kan men eventueel de botten malen.
Vis:
Best niet meer dan 1 maal per week. Altijd rauw geven want verhitten zorgt voor broze en splinterbare graatjes.
Orgaanvlees:
Zoals maag, nier, lever, pens, … worden met mate gegeven wegens de laxerende werking ervan.
Groenten:
Prei en uien worden beter niet gegeven wegens giftige bestanddelen voor honden.(zorgen voor een soort bloed-armoede)
Van groenten uit de nachtschadenfamilie (tomaat, aubergine, etc.) krijgen sommige honden jeuk en/of diarree.
Spinazie, te veel spinazie kan de opname van calcium tegengaan (kleine hoeveelheden mogen wel gegeven worden).
Maïs, deze bevat teveel koolhydraten en verteren zeer slecht.
Pikante groenten en kruiden kunnen diarree veroorzaken.
Fruit:
Druiven, krenten (of rozijnen) in grote hoeveelheden kan nier- en/of leverfalen veroorzaken doordat deze vruchten gezwaveld of met kaliumcarbonaat behandeld werden.
Fruit pitten (klokhuis appels): door het eten van veel pitten of inademing van blauwzuurgas wanneer de pitten gebroken of gemalen zijn kan men kans op vergiftiging krijgen.

Geef NOOIT vlees en brokken samen
Dit is zeer slecht voor de hond. Vlees is snel verterend en brokken zijn langzaam verterend.

Voorbeelden van wat je allemaal kunt geven
Schaap:
Alle niet-dragende botten bijv. nek, ribben, schouderblad.
Alle dingen die orgaanvlees zijn, ook lever.
Pens
Kop
Spiervlees
Van lam kun je alle bovengenoemde items geven, daarnaast alle botten.
Geit/hert/ree:
Alle niet-dragende botten bijv. nek, ribben, schouderblad.
Pens
Alle dingen die orgaanvlees zijn, ook lever.
Spiervlees
Kop
Van geit (jong of volwassen) en van een jong hert/ree kun je alle bovengenoemde items geven, daarnaast alle botten.
Runderen:
Alle niet-dragende botten bijv. nek, ribben, schouderblad.
Strot
Kopvlees
Snijlingen/spiervlees
Pens
Alle dingen die orgaanvlees zijn, ook lever.
Van een kalf kun je alle bovengenoemde items geven, ook alle botten en zelfs de staart.
Gevogelte:
In zijn geheel, eventueel met veren die als ruwe vezel dienen. In stukken: vleugels, nekken, billen, …. Voorbeelden zijn: kip, eend, kwartel, parelhoen, fazant, eendagskuikens.
Konijn & haas:
Alles kun je geven, eventueel compleet met haren en kop.
Vis:
Zalm, wijting, tonijn, koolvis, sardientjes, makreel, ongepekelde haring, kabeljauw, tong, … Afhankelijk van de grootte van de vis, kun je deze in zijn geheel geven of de rauwe afvalproducten zoals koppen en filet. Ook de graten kun je probleemloos geven, deze “tellen” als bot. Een hele vis is dus een compleet prooidier, met orgaan, “spiervlees” en “bot”.
Groenten:
komkommer, sla (diverse soorten), tomaat, paprika, bleekselderij, wortel, peultjes, andijvie, witlof, bietjes, pompoen, courgette, waterkers, peterselie, snijbonen, sperziebonen, …

Be Sociable, Share!